Erebia aethiops

(Esper, 1777)

Zomererebia

Beschrijving:
De zomererebia leeft op bloemrijke graslanden en grazige open plekken in bossen en op heiden, venen en moerassen met een zeer open boombegroeiing. Als waardplanten kunnen zeer veel verschillende grassoorten dienen, waaronder Molinia caerulea (pijpenstrootje), Sesleria caerulea (blauwgras), Brachypodium pinnatum (gevinde kortsteel), Dactylis glomerata (kropaar), Festuca (zwenkgras), Phleum (doddegras), Anthoxanthum odoratum (reukgras) en Briza media (bevertjes). Ook zeggen (Carex) worden belegd. De rups overwintert in het tweede of derde stadium. De verpopping vindt in de strooisellaag plaats.

Leefgebied:
Gemengd bos
Matig voedselrijk grasland
Naaldbos
Zomergroen loofbos

Sterk gelijkende soorten:
Erebia pronoe
Erebia neoridas

Verspreiding:
Komt voor in midden- en hooggebergten. Schotland en NW-Engeland, Frankrijk (Centraal Massief, Cevennen, O-Frankrijk), ZO-België (Famenne-district), via Duitsland en Polen tot Letland, via N-Italië en Balkan tot N-Griekenland. Vliegt van 400 tot 2000m.

Vliegtijd:
juli, augustus, september.

Status Europa:
Soort is thans niet bedreigd in Europa.

Status Benelux:
In Nederland dwaalgast (een waarneming in 1957), in Vlaanderen dwaalgast, in Wallonië onvoldoende gekend. Dichtstbij zijnde populaties in Zuid-België, Luxemburg, Noord-Frankrijk en Schotland.

Trend en mate van voorkomen per land:
E. aethiops 7

%LABEL% (%SOURCE%)