Euphydryas maturna

(Linnaeus, 1758)

Roodbonte parelmoervlinder

Beschrijving:
De roodbonte parelmoervlinder komt voor in open gemengde bossen. Daar is hij te vinden op open plekken met jonge essen (Fraxinus excelsior). Het vrouwtje zet de eitjes in een keer af op een blad van deze boomsoort of van Populus tremula (ratelpopulier). Ze legt bij voorkeur eitjes af tussen 4 en 10m hoogte. De rupsen blijven eerst bij elkaar en vertoeven samen in een zelf gebouwd rupsennest. In het op de bosbodem gevallen rupsennest wordt ook overwintert. In de lente verlaten ze elkaar en verdelen zich. Nu kunnen ook andere voedselplanten worden gebruikt, onder andere Lonicera (kamperfoelie), Plantago (weegbree) en Ligustrum (liguster). De verpopping vindt in de strooisellaag plaats. De roodbonte parelmoervlinder vliegt in één generatie per jaar. Een deel van de rupsen kan twee keer overwinteren.

Leefgebied:
Gemengd bos
Matig voedselrijk grasland
Vochtig grasland en ruigte
Zomergroen loofbos

Sterk gelijkende soorten:
Euphydryas intermedia
Euphydryas cynthia

Verspreiding:
Komt voor in enkele van elkaar gescheiden gebieden. ZO-Zweden, Z-Finland, Baltische Staten en NO-Polen. Lokaal in N-Duitsland. ZO-Duitsland, N-Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en verder richting oost en zuid tot N-Griekenland. In Frankrijk in Oise, Seine-et-Marne, Yonne, Nievre, Allier, Saone-et-Loire, Cote-d'Or, Haute-Marne en Haute-Saone. Vliegt van 200 tot 1000m.

Vliegtijd:
mei, juni, juli.

Status Europa:
Kwetsbaar in Europa door achteruitgang van 20 tot 50% in de laatste 25 jaar en het beperkte voorkomen.

Status Benelux:
Verdwenen uit Wallonië, nu niet meer in de Benelux. De dichtstbijgelegen vliegterreinen bevinden zich in Oost- en Zuid-Duitsland.

Trend en mate van voorkomen per land:
E. maturna 7

%LABEL% (%SOURCE%)