Maculinea rebeli

(Hirschke, 1904)

Berggentiaanblauwtje

Beschrijving:
Het berggentiaanblauwtje lijkt op het gentiaanblauwtje. Het komt echter in een ander leefgebied voor: droge graslanden en subalpiene kalkgraslanden. Er zijn echter ook enkele populaties op vochtige lokaties bekend. De eitjes worden afgezet op de Gentiana cruciata (kruisbladgentiaan), waar de rupsen gedurende een aantal weken verblijven. De kleine witte eitjes zijn op de bloemen, kelkbladeren en bladeren van de kruisbladgentiaan gemakkelijk te vinden. In het laatste larvenstadium parasiteert de rups in de nesten van de kokermier (Myrmica schencki) en in het zuidelijk verspreidingsgebied in mindere mate bij M. sulcinodis . Ze wordt gevoed door de werksters en eet tevens mierenlarven. Ook overwintering en verpopping vinden plaats in het mierennest.

Leefgebied:
Sub-alpien grasland
Droge zure graslanden
Droog kalkgrasland en steppe

Sterk gelijkende soorten:
Maculinea arion
Maculinea teleius
Maculinea nausithous
Maculinea alcon

Verspreiding:
De verspreiding van het berggentiaanblauwtje is voor een groot deel onopgehelderd omdat het tot enkele jaren geleden niet van het gentiaanblauwtje werd onderscheiden. De meeste vliegplaatsen zijn drogere en hoger gelegen heiden en graslanden tussen 600 en 2250m. N-Spanje, ZO-Frankrijk, N-Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Z- en Midden-Duitsland, Tsjechië en verder richting oosten.

Vliegtijd:
juni, juli.

Status Europa:
Kwetsbaar in Europa door achteruitgang van 20 tot 50% in de laatste 25 jaar en het beperkte voorkomen.

Status Benelux:
Verdwenen uit Wallonië. De dichtstbij gelegen plekken liggen in het Teutoburger Woud.

Trend en mate van voorkomen per land:
M. rebeli 7

%LABEL% (%SOURCE%)