Cupido argiades

(Pallas, 1771)

Staartblauwtje

Beschrijving:
Het staartblauwtje lijkt op het boomblauwtje maar heeft opvallende oogvlekken en kleine staartjes aan de achtervleugels. Het staartblauwtje komt voor in lokale populaties op vochtige graslanden, heiden en bloemrijke bermen. De eitjes worden afgezet op Trifolium (klaver), Vicia (wikke), Lotus (rolklaver) en Melilotus (honingklaver) soorten en Medicago sativa (lupine). De rupsen overwinteren, als ze volgroeid zijn, in de strooisellaag. Het staartblauwtje vliegt in twee tot drie generaties per jaar.

Leefgebied:
Matig voedselrijk grasland
Vochtig grasland en ruigte

Sterk gelijkende soorten:
Cupido minimus
Cupido alcetas
Cupido lorquinii
Celastrina argiolus

Verspreiding:
Het staartblauwtje komt voor in het centrale deel van Europa tussen N-Spanje en Midden-Duitsland tot een hoogte van 1000m. Alleen in het zuidelijk deel van dit verspreidingsgebied is het een standvlinder. In het noorden komt het staartblauwtje als zwerver voor. Ontbreekt in Portugal, grote delen van Spanje, Italiƫ en Griekenland. Vliegt van zeeniveau tot 1000m.

Vliegtijd:
mei, juni, juli, augustus, september.

Status Europa:
Soort is thans niet bedreigd in Europa.

Status Benelux:
In Nederland dwaalgast (acht waarnemingen), in Vlaanderen dwaalgast, verdwenen uit Walloniƫ.

Trend en mate van voorkomen per land:
C. argiades 7

%LABEL% (%SOURCE%)