Pieris ergane

(Geyer, 1828)

Wedewitje

Beschrijving:
Het wedewitje is een soort van warme en droge plekken. De vlinders zijn te vinden in droge, schrale graslanden; op rotsachtige plekken; bij open struweel en op grote open plekken in bossen. Meestal hebben de vliegplaatsen een kalkrijke bodem. De mannetjes kunnen soms talrijk op vochtige grond worden waargenomen. Vergeleken met andere witjes vliegt het wedewitje vrij langzaam en rustig. Als waardplant wordt vooral Aethionema saxatile gebruikt, maar ook A. orbiculatum en Isatis tinctoria (wede). De soort vliegt in twee tot drie generaties per jaar en overwintert als pop.

Leefgebied:
Droog kalkgrasland en steppe
Puinhellingen
Steile rotsen - binnenland
Zomergroen loofbos

Sterk gelijkende soorten:
Pieris rapae
Pieris mannii
Pieris krueperi
Pieris brassicae

Verspreiding:
Komt verspreid in Z-Europa voor: zeer lokaal in Spanje (Cuenca, Cantabrisch gebergte en de Pyreneeën), in Frankrijk in de O-Pyreneeën en de Hautes-Alpes, in M-Italië, de oostelijke Alpen (Italië, Oostenrijk, Slovenië) en verder via ZW-Hongarije tot in de meeste Balkanlanden. Vliegt tot 2000m.

Vliegtijd:
april, mei, juni, juli, augustus, september.

Status Europa:
Soort is thans niet bedreigd in Europa.

Status Benelux:
Komt niet in de Benelux voor.

Trend en mate van voorkomen per land:
P. ergane 7

%LABEL% (%SOURCE%)