Thymelicus acteon

(Rottemburg, 1775)

Dwergdikkopje

Beschrijving:
Het dwergdikkopje leeft op warme en droge graslanden, vaak in de buurt van struiken en struwelen of langs bossen. In het noorden van zijn verspreidingsgebied komt de soort vooral voor op kalkgraslanden. De populaties van dit kleine dikkopje kunnen soms heel groot zijn. De eitjes worden de dorre bladeren van veel soorten grassen afgezet. Nadat het jonge rupsje de eischaal heeft verlaten, bouwt het een overwinteringscocon. Daar brengt het de winter door zonder eerst gegeten te hebben. In het volgend jaar in de lente begint het te foerageren en te groeien. Het leeft in een van grassen samengesponnen tuitje, die het alleen verlaat om voedsel te zoeken. Het verpopt als groene gordelpop in de vegetatie. Het dwergdikkopje vliegt met één generatie per jaar. Op de Canarische Eilanden komt een andere ondersoort voor (T. acteon christi), die twee tot drie generatie per jaar kan ontwikkelen.

Leefgebied:
Droge zure graslanden
Droog kalkgrasland en steppe
Matig voedselrijk grasland

Sterk gelijkende soorten:
Thymelicus lineola
Thymelicus sylvestris
Thymelicus hyrax

Verspreiding:
Het dwergdikkopje komt voor in grote delen van Europa tot 54°NB. In Engeland is het beperkt tot de kust van Dorset, ontbreekt op de Balearen, Corsica en Sardinië, grote delen van N-Italië, N-Duitsland en NO-Polen. Vliegt van zeeniveau tot 1600m.

Vliegtijd:
mei, juni, juli, augustus.

Status Europa:
Kwetsbaar in Europa door achteruitgang van 20 tot 50% in de laatste 25 jaar.

Status Benelux:
Lokaal op kalkgraslanden in Eifel en Ardennen. Uit Nederland verdwenen in 1975, in Wallonië kwetsbaar.

Trend en mate van voorkomen per land:
T. acteon 7

%LABEL% (%SOURCE%)